|
Impressie
van de OBS Willem Lodewijck in Bourtange
Thematisch geïntegreerd onderwijs
op een unieke locatie in Nederland
Op een
unieke historische locatie in noordoost Groningen, in het dorp naast het
oude vestingstadje Bourtange, staat OBS Willem Lodewijck. Sinds ongeveer
17 jaar is dit de enige basisschool in het dorp. De school heeft op dit
moment 72 leerlingen verdeeld over vier klassen (groep 1-2, groep 3-4,
groep 5-6 en groep 7-8). De school is in de afgelopen jaren hard
gegroeid en verwacht nog door te groeien. Met twee fulltime medewerkers
en vier parttimers heeft de school een klein en hecht team dat met veel
passie en ambitie werkt aan thematisch geïntegreerd onderwijs. Arno
Hokke en Greet van der Zwaag zijn de ICC'ers van de school. Arno is
tevens de directeur van de school en beiden staan één of twee dagen per
week voor de klas.
Onderwijsvorm en –methode
De Willem
Lodewijckschool werkt aan thematisch geïntegreerd onderwijs. Toen Arno
Hokke in 2000 naar de school kwam, was het nog een traditionele school.
'Ik moest toen snel leren met veel verschillende methodes te werken.
Voor elk vak was er een andere methode en de school werkte met een
traditionele scheiding van alle vakken,' zegt Arno. Na een jaar te
hebben rond gekeken, vroeg Arno aan zijn team of ze op deze manier
onderwijs wilden blijven aanbieden. Het team wilde wat anders. Ze wilden
kinderen meer centraal stellen en meer uit de kinderen halen. 'Toen zijn
we met elkaar in een trein gestapt op zoek naar een nieuwe vorm van
onderwijs waarbij de vakken meer geïntegreerd zijn en de kinderen op
meer niveaus en competenties worden aangesproken. Sommige teamleden zijn
voor in die trein gestapt en anderen meer achterin, maar dat maakt niet
uit zolang de trein maar blijft rijden,' zegt Arno. Gezamenlijk heeft
het team een aantal kernkwaliteiten besproken waarmee men wilde werken.
'We wilden meer kindgericht werken, ' aldus Greet. 'Dat betekent dat we
kinderen willen leren leren en leren leven en laten ontdekken waar ze
goed in zijn. Ook samenwerking en zelfstandigheid zijn belangrijk bij
ons.' Op deze wijze wil de school de kinderen opleiden tot zelfstandige
burgers, die verantwoordelijkheden kunnen nemen en dragen.
Een
voorbeeld van deze ontwikkeling tot burgerschap is de klassekas. Iedere
klas heeft een klassekas. De school stopte bij de start een beetje geld
in de kas. De klas kan in democratisch overleg besluiten wat zij met dat
geld gaat doen. De klassen kopen daar bijvoorbeeld diervoer, zaad of
speelgoed van. Alle groepen hebben onlangs geld uit de kas aan de
slachtoffers in Haïti geschonken. Maar een klas wilde wel zelf ook nog
een voetbal kopen, dus toen moest er een manier gevonden worden om nieuw
geld in te zamelen. De klas werkt nu aan een kleine tentoonstelling over
henzelf. Ieder kind beschildert een fruitkistje en presenteert daarin
objecten die iets zeggen over zijn of haar leven. Voor een euro mogen
ouders de kistjes bekijken.
De school
werkt met de methode Alles in 1. Deze methode biedt voor de groepen 5
tot en met 8 integraal onderwijs aan met een differentiatie in niveaus
naar tempo en leerstijl van de kinderen. In die methode worden alle
vakken geïntegreerd aangeboden met uitzondering van rekenen en
gymnastiek. Maar hiervoor en voor extra taal is de aanvullende methode
Alles Apart beschikbaar. De Willem Lodewijckschool gebruikt beide
methodes. Centraal in de methode Alles in 1 staan 20 projecten met
verschillende thema's. In vier jaar tijd (van groep 5 tot en met 8)
komen alle projecten een keer aan bod. Per jaar zijn dat vijf projecten
van vijf weken. Elk thematisch project kent eigen boeken voor de
leerkracht en de leerlingen waarin de lesstof op verschillende niveaus,
met gebruik van verschillende werkvormen en verschillende vakgebieden
wordt aangeboden. Ook staat altijd aangegeven welke kerndoelen aan bod
komen.
Ook bij de
kleuters werkt de school integraal. Alleen bij de groepen 3 en 4 was dat
lastiger. De methode Alles in 1 voorziet hier niet in, omdat in groep 3
Veilig Leren Lezen overheerst. De nadruk ligt in groep 3 zo sterk op
lezen, schrijven en rekenen in Nederland dat Arno en Greet te horen
kregen dat het moeilijk was om daar met de methode op aan te sluiten.
Het team is zelf begonnen om een manier te vinden om wel aan te sluiten
op Veilig Leren Lezen en toch de manier van werken van de school ook in
die groepen sterker naar voren te laten komen. Het team werkt aan een
leerlijn die aansluit op de thema's uit Veilig Leren Lezen,maar die net
als de methode vanaf groep 5 wel meer thematisch en geïntegreerd de
lesstof aanbiedt, door de thema’s om te zetten in projecten in de lijn
van Alles in 1. Een deel is al gerealiseerd en iedere 6 weken komt er
een project bij. In onze situatie met een gecombineerde groep 3-4
betekent dit dat in 2 jaar alle 12 thema’s als project aan bod komen
(alle lesstof van veilig leren lezen wordt wel geheel aangeboden in
groep 3).
Cultuureducatie is een integraal onderdeel van Alles in 1 en van de
visie van de school. Creatief denken, voelen en handelen is belangrijk
net als de vaardigheid om oplossingsgericht te denken en handelen. De
methode Alles in 1 voorziet hierin. Bij alle projecten zijn creatieve
verwerkingsvormen opgenomen en er zijn vier cultuurprojecten (naast vier
aardrijkskunde-, vier geschiedenis-, vier techniek- en vier
natuurprojecten).
De visie
van de school is denken in de mogelijkheden van kinderen en niet in de
onmogelijkheden. Dat zien niet alle scholen zo, vinden Arno en Greet.
Maar door kinderen in een rijke leeromgeving een thematisch geïntegreerd
aanbod te bieden, worden kinderen zelf ook verantwoordelijk voor hun
eigen ontwikkeling. 'Dat is het voordeel van werken met de verschillende
niveaus in Alles in 1,' stelt Arno. 'Er zijn bij ons kinderen die
ambitieus zijn en hun best doen om op een niveau hoger te werken. Dit is
mogelijk, omdat na een groepsinstructie de kinderen op eigen niveau de
lesstof verwerken. Een tweede voordeel van die differentiatie is dat de
leerkracht niet het niveau naar beneden hoeft aan te passen om te zorgen
dat de hele klas mee komt.'
Dat het
nieuwe onderwijssysteem werkt, blijkt uit de CITO scores. De afgelopen
jaren zijn de kinderen alleen maar beter gaan scoren. Inmiddels stijgt
de school boven de landelijke norm uit. De onderwijsinspectie reageerde
niet altijd enthousiast, maar dat kan Arno niet zoveel schelen.
'Rijksinspectie wordt soms tot een noodzakelijk kwaad. Wij doen wat wij
doen en dat doen we goed. Maar onlangs was er een inspecteur en toen ik
hem vertelde dat wij deze methodes gebruiken was hij meteen gerust
gesteld. Hij wist dat we daarmee een degelijk lesprogramma hebben. Maar
vaak bestaat de angst bij dergelijke methodes dat niet alles aan bod
komt, terwijl deze methode overal precies vermeldt aan welke kerndoelen
en tussendoelen worden voldaan.'
schoolontwikkeling en kwaliteit van het
onderwijs
De grote
omslag in de werkwijze op de school verliep niet altijd soepel. 'Niet
iedereen zag deze werkwijze in het begin zitten', zegt Arno. Er zijn een
paar personele wisselingen geweest,maar de leerkrachten die er nu nog
steeds zitten, zijn er echt voor gegaan. Bij nieuwe leerkrachten hoop ik
daar op te kunnen selecteren, maar dat lukt niet altijd. Ik moet kiezen
uit een poule van mensen en soms is de keuze dan niet heel ruim. Dan
moet je een gok wagen en iemand nemen op grond van zijn motivatie om ze
te begeleiden naar deze werkwijze toe.'
Interne
begeleiding van collega's is een belangrijk deel van het werk van Arno
en Greet. Om gezamenlijk aan de kwaliteit van het onderwijs te werken,
ondersteunen de collega's elkaar. Alle deuren in het gebouw staan altijd
open zodat het team makkelijk bij elkaar binnen kan lopen en met elkaar
mee kan denken. De school vindt het belangrijk om op deze wijze
transparantie te scheppen. Arno: 'Je moet elkaar durven zeggen dat je
het even niet aankunt, dan moet die trein namelijk even wat langzamer
gaan.'
Voor
nieuwe leerkrachten ligt de lat van deze werkwijze soms wat hoog, merken
Arno en Greet. Op de pabo wordt een student onvoldoende op de praktijk
voorbereid. Nieuwe leerkrachten krijgen het eerste jaar dat ze op deze
school komen dan ook geen extra taken. Ze kunnen zich onder begeleiding
van het team een jaar lang volledig storten op de eigen klas en deze
onderwijsvisie. Leerkrachten, en vooral beginnende leerkrachten, hebben
vaak de neiging te sterk een methode te volgen vindt Arno. 'Dat is
begrijpelijk want het is veilig,' zegt Greet, 'maar het is niet altijd
kindgericht en dan laten leerkrachten kansen liggen. Ook hier merken we
dat sommige leerkrachten altijd de opdrachten uit de boeken uitvoeren,
maar soms wat moeite hebben om er een extra invulling aan te geven of
een verbinding te leggen naar de eigen omgeving'. De meeste leerkrachten
willen wel, maar hebben daar niet altijd de tijd of bagage voor. Als
ICC'ers proberen Greet en Arno dit op te pakken voor de hele school. Bij
de verschillende projecten in de methode zoeken zij dan actief naar de
verbindingen met de directe omgeving van de school en naar mogelijkheden
om er een extra invulling aan te geven. 'Eigenlijk zouden we dat ook
willen vastleggen zodat we alle 'top'-ervaringen kunnen borgen en het
een volgend jaar kunnen herhalen. Maar dat kost veel tijd en dan is
doorontwikkelen toch belangrijker dan borgen,' zegt Arno.
partners en activiteiten
cultuureducatie
De school
werkt met veel partners in de directe omgeving van de school samen voor
cultuureducatie, vooral met partners op het gebied van erfgoededucatie
zoals de vesting, diverse musea en het klooster in Ter Apel.
De
samenwerking met professionele kunstinstellingen is lastiger. Die liggen
wat verder weg en toen de school een bik'er (beroepskunstenaar in de
klas) uit Groningen wilde inschakelen, haakte deze uiteindelijk af
vanwege de afstand. Die afstand tot instellingen maakt het voor de
school lastig om kunstprofessionals in te schakelen bij de actieve of
receptieve lessen kunsteducatie. De leerkrachten geven nu zelf alle
lessen muziek, dans, drama, beeldende vorming, etc.
De school
heeft jaren lang theatervoorstellingen in Winschoten bezocht met
leerlingen, maar die mogelijkheid is er nu voorlopig niet meer. En een
theatergroep boeken die op school komt spelen is toch net wat te duur.
Samenwerken met een school in de buurt is een optie. De eerste contacten
zijn al gelegd. Om dit gemis aan mogelijkheden op te lossen, overweegt
Arno om in het weekend excursies te gaan organiseren. Daar kunnen de
kinderen dan vrijwillig op inschrijven.
De school
werkt wel veel samen met vrijwilligers of kleine organisaties rondom de
school. Regelmatig krijgen Arno en Greet aanbiedingen van ouders of
andere betrokkenen uit de buurt die iets voor of met de kinderen willen
doen. De school maakt daar graag gebruik van om de leeromgeving te
verrijken en versterken. Maar stelt Arno, daarbij is het wel belangrijk
om de kwaliteit in de gaten te houden. 'Je moet kijken wat iemand te
bieden heeft en wat voor iemand het is. Zie je een meerwaarde voor de
school? Zo ja, dan ga je samen in gesprek hoe je de bijdrage van die
persoon vorm kan geven.' Enige tijd geleden diende een oud-leerling van
de school zich aan die nu militair is. Hij heeft in Afghanistan gediend
en wilde de kinderen van zijn oude school daarover vertellen. Samen met
collega's is hij met een voertuig waarmee ze in Afghanistan bermbommen
opruimen bij school langs geweest. Daarna hebben de kinderen van de
school nog maandenlang met hem gecorrespondeerd. 'Dat verbreedt de
wereld van onze kinderen enorm,' zegt Arno. 'Hij vertelt dan aan de
kinderen dat hij 'buiten de pit' slaapt, maar wat is een pit en hoe gaat
dat dan? Er gaat een hele wereld voor de kinderen open die ze nooit uit
een boekje hadden kunnen leren.'
waar werkt de school aan?
Arno en
Greet willen nu eerst met het team vooral werken aan een volledige
doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8. Ook de verbinding van het
onderwijs met de eigen omgeving blijft een aandachtspunt, net als de
competenties van het team om deze vorm van onderwijs optimaal te kunnen
geven.
tips voor andere ICC'ers
Het
belangrijkste wat Arno andere scholen mee wil geven is dat een ICC'er
niet alleen mag staan. Zorg dat ook de directeur ICC'er wordt of in
ieder geval betrokken wordt. Pas dan kan cultuureducatie beslaan in de
school en blijft het niet bij losse projecten.
links |